Supermarkt

Gelukkig ben ik niet de enige die er last van heeft, dat is een hele geruststelling. Maar een geruststelling is ook dat het met de jaren al aardig minder is geworden. Thuis kan ik er nog wel onderuit komen, maar als we op vakantie zijn dan ……. en dan wil ik eigenlijk al klaar zijn voordat we de supermarkt ingaan.

Dit jaar hadden we een leuk uitje. Onze zoon met vrouw en kinderen was op fietsvakantie in Frankrijk en toen zij vlak bij ons in de buurt waren zijn we een dagje naar hen toegegaan. Op fietsvakantie ben je natuurlijk beperkt in je bagage en daarom namen wij als verrassing onze BBQ mee. Lekker gezellig met zijn allen barbeknoeien. Nou, dat was tegen geen dovemansoren gezegd. Alleen moesten er dan nog wel inkopen worden gedaan. En dus stelde ik direct voor dat dit nu iets leuks is voor moeder en schoondochter. De mannen waren het roerend met elkaar eens, alleen de discussie resulteerde in een veel beter idee vonden ze: vader en schoondochter. Ik probeerde er nog onderuit te komen door te vragen ‘Weet je het zeker?’ en ‘Weet waaraan je begint!’, maar er hielp geen moedertjelief meer aan. ‘Nou’ dacht ik, ‘dan zul je het weten ook, ik zet mijn truccendoos helemaal open’. Maar ik zei: ‘Voor het eerst van mijn leven boodschappen doen met mijn schoondochter, wat leuk!’

Bij de supermarkt aangekomen pakten we een winkelwagentje en zoals gebruikelijk moest ik rijden. We waren de supermarkt nog maar net in of ik botste tegen een andere winkelwagen. ‘Oh sorry’ en daarna reed ik een doos omver. Ze gaf geen krimp en pakte gewoon de eerste boodschap en legde die in de winkelwagen. Toen ze bukte om de volgende boodschap te pakken, botste ik ‘per ongeluk’ tegen haar op: ‘Sorry, ik keek even waar de vleesafdeling is.’ Bij de derde boodschap zei ik: ‘Zal ik alvast in de rij gaan staan, want het is heel erg druk.’
Geen sjoege: ‘Als jij alvast in de rij wilt gaan staan dan doe je dat maar.’
‘Nou weet je, dan doe ik eerst even de vleesboodschappen en als jij dan de rest doet, zie ik je wel in de rij bij de kassa.’
Het vlees voor het barbeknoeien had ik in no time uitgezocht. Voor alle zekerheid liet ik er nog even een vrouwelijke blik op werpen, waarbij zij haar armen vol met boodschappen kon legen in het winkelwagentje. ‘Ik ga alvast in de rij staan hoor!’
‘Is goed’ en zij ging rustig door met de schappen onderzoeken naar wat ze nog nodig had.

Wat was het druk bij de kassa’s. Uiteindelijk was ik aan de beurt en kon ik de boodschappen op de band leggen. Waar blijft ze nou, schiet toch op. De klant voor mij ging al betalen en even later begon de cassière aan mijn boodschappen. ‘Kom je’ riep ik hard door de supermarkt, ‘ik ben aan de beurt.’ Toen alle boodschappen waren gescand legde ik de cassière op mijn beste Frans uit dat ze nog even moest wachten, ze komt zo. Maar ze liet zich niet horen of zien. De rij achter mij werd steeds langer en ook onrustiger. Uiteindelijk kon ik niet anders dan afrekenen. Wat nu? Zij heeft nog boodschappen, maar ik heb de portemonnee. Wachten dus! Daar stond ik met mijn winkelwagen met boodschappen ‘geduldig’ achter de kassa te wachten. Uiteindelijk kwam ze doodgemoedereerd aanlopen met een winkelmandje met boodschappen aan haar arm en op haar dooie gemakje zocht ze een kassa uit. Volgens mij de kassa met de langste rij. (Glimlachers)

  • Share/Bookmark