Gouden zondagen – over geluk deel 14
“Hier was hetgeen over was van alles waar Jack naar streefde, de dingen waarvan hij zich ooit had voorgesteld dat die hem zouden vervolmaken – de dure Perzische tapijtjes, het kwaliteits stereo apparaat, de honderden opgenomen opera’s en symfonieën, de plank met dure wijnen, de foto van zijn ranke witte zeilboot. Niets ervan had hem echter genoegen gedaan. Want Jack had de eenvoudigste en meest kostbare handeling niet beheerst – een ruimte, een moment innemen, en de rust ervan voelen.” (“Dark Lady”, door Richard North Patterson, pag. 358, Arrow Books, London, 2000).
Ik noteerde deze korte passage ongeveer een maand geleden. Ik wist toen nog niet , dat – maar een paar weken later – het een persoonlijke overdenking los zou maken, van de rol van bezittingen in mijn eigen leven.
Bezittingen zijn vaak bedoeld voor de bezitter om zichzelf te definiëren; en nog vaker, om zichzelf niet zozeer ten opzichte van anderen te definiëren, maar inderdaad ten opzichte van zichzelf. Soms is er sprake van een valse definitie: dit is niet wat ik ben, maar wie ik wil zijn. In het meesterwerk “The Great Gatsby” van F. Scott Fitzgerald is er een scene waar een gast, op een van de vele feestjes van Gatsby, de bibliotheek van zijn gastheer die bestaat uit in leer gebonden boeken bekijkt. Hij neemt er een paar titels uit en probeert er door te bladeren. Het boek is geschreven in de vroege jaren twintig. Toentertijd kon je niet eenvoudig een pagina omslaan omdat verschillende pagina’s aan elkaar vastzaten zodat het nodig was om ze met een op een briefopener lijkend gereedschap los te snijden. De mond van Gatsby’s gast viel open dat de pagina’s niet losgesneden waren; en dat de bibliotheek zo goed als ongelezen was.
Een paar jaar geleden had ik een kunsthistoricus bij mij te eten. Ze bekeek mijn boekverzameling (ik had nooit geteld hoeveel ik er had) en ze zei, “Koop je ze per meter?” Ik vond het nogal grof, maar antwoordde dat iedere titel gekozen was met grote zorgvuldigheid en liefde. “In feite”, zei ik “zie je alleen maar wat ik heb. Wat je niet ziet zijn de boeken die ik niet kocht omdat ik ik – wanneer ik een gewenste tiitel zag – niet genoeg geld had!” Dit geldt voor iedere verzamelaar. Je herinnert je hoe bijna elke aankoop tot stand is gekomen, maar je herinnert je ook de onderdelen die om welke reden dan ook weg zijn geraakt.
Bezittingen kunnen zowel een echte betekenis hebben als geen enkele betekenis.
Bezittingen zoals auto’s, huizen en zelfs kunst kunnen gemeten worden in euro’s, dollars en ponden. Of ze kunnen gemeten worden in de relatie die ze tot de bezitter ervan hebben zoals geldt voor foto’s, brieven, krantenknipsels, diploma’s vanaf de middelbare school; ze hebben zo goed als geen geldelijke waarde. Een van de droevige verhalen van de orkaan Katrina – die verantwoordelijk was voor de overstroming van New Orleans – was Fats Domino’s verlies van bijna al de herinneringsstukken van zijn muzikale carrière. “I Found My Thrill on Blueberry Hill” was veranderd in “I Lost My History to the Waters of the Gulf.”
Hoe ga je met zo’n traumatisch identiteitsverlies om? In het begin is er een schok. Vervolgens ontkenning. En daarna is er wat? Aan iemand die ik mijn verhaal vertelde, vertelde me het verhaal van iemand die hij kende, een verzamelaar, die alles in een brand verloor. Een emotie die kwam bovendrijven was: “Ik ben vrij”. Er was een last verdwenen. De behoefte om datgene te bewaren en te beschermen wat eens begeerd werd en de verplichting ervan om welke reden dan ook, was in as veranderd. Ik heb ook die euforische flits van een vreemde en nieuw gevonden vrijheid. Maar tegelijkertijd voel ik andere flitsen over het verlies. En dat zijn er vele, vaak complex en soms spiritueel.
Ik ben een kunstenaar en een schrijver. Weg zijn mijn eerste tekeningen; sommige van toen ik elf was; en een gedicht dat ik op mijn veertiende schreef. Weg is het manuscript van een complete roman en vijf andere waar ik aan het werken was; aan drie ervan was ik al dertig jaar bezig en had ik aantekeningen gemaakt. Omdat ik enig kind ben, heb ik geen broers of zussen die beschikken over foto’s van mijn ouders of van mezelf als kind. Een van mijn favorieten in de laatste categorie was er een van mijn moeder in profiel een paar weken voordat ik geboren werd waarop zij glorieus glimlachte naar haar opgebolde buik. Weg. Weg. Weg.
In de wind.
het juridische proces gaat nu beginnen. Dat proces zou voor mij tot een financieel voordelige uitkomst kunnen leiden, relatief gezien … maar je hebt nog steeds te maken met iemand die zijn geschiedenis, en in zekere zin, zijn identiteit en in het bijzonder zijn erfgoed voor de kinderen en, mogelijk, de wereld van de kunst, kwijtgeraakt is.
Elke keer als ik langs het Van Gogh Museum fiets, denk ik hoofdschuddend: Vincent had zich dit nooit kunnen voorstellen! Iedere kunstenaar rechtvaardigt zijn opofferingen, of ze nu geldelijk zijn of betrekking hebben tot anderen, als acceptabel omdat na honderd jaar zijn werk in een museum zal hangen en op een nog niet voorstelbare en niet te anticiperen manier mensen zal beïnvloeden. Dat is de kern en de werkelijke betekenis van kunst. Wat zal morgen belangrijk zijn; en niet waarover nu gedweept wordt. Jeff Koons en Damien Hirst kunnen vergeten zijn, maar een zekere Daniel R. Gould kan toegejuicht worden als de visionair van zijn tijdsvak. De dromen van de kunstenaar. De dromen zijn onderdeel van zijn kunst. een partje van de techniek. een Element van het palet.
Weg, weg, weg is mijn verzameling definities van de betekenis van: Wat is kunst.
Mijn zoektocht, naar de betekenis van dat vijfletterwoord, heeft me in vele richtingen gebracht. Onderdeel ervan is een verzameling van genoteerde citaten zoals Peggy Guggenheim’s antwoord op de vraag van een journalist naar haar omschrijving van kunst. ( Zij antwoordde: “Ik kan het niet in woorden vastleggen, maar ik weet het als ik het zie!”) Is er geldelijke waarde aan die verzameling verbonden? Nee, natuurlijk niet. Misschien zelfs belangrijker in mijn zoektocht naar de betekenis van kunst was NIET de verzameling schilderijen, tekeingen, afdruksels etc., maar de voorwerpen en de uitingen op papier of canvas door iemand die nooit naar een kunstacademie was geweest; en soms nog nooit naar een museum. Sommigen hebben onderdelen van mijn verzameling omschreven als kitsch of niet-kunst. Maar voor mij waren bepaalde onderdelen “meesterwerken” omdat ze op een of andere manier de ziel van de maker definieerden.
Nu … in de wind …
dat geldt ook voor mijn bibliotheek. Zoals ik al zei heb ik geen idee uit hoeveel boeken de verzameling bestond. Ik weet echter wel hoeveel ik er gelezen heb: ongeveer 1500, want van elk boek dat ik sinds mijn zestiende gelezen heb, had ik 95% in mijn bezit. In bijna elk boek had ik op de binnenkant van de omslag aantekeningen gemaakt van iets interessants met de pagina erbij. In de loop van de jaren had ik deze informatie op verschillende manieren gebruikt; voor artikelen, brieven aan vrienden, ideeën voor concepten, soms artistiek, soms van zakelijke aard en sommige die me een idee gaven waar het in het leven om draaide. Als je de binnenkant van de omslag van mijn uitgave van “The End of the Affair” van Graham Greene zou bekijken, zou je een paginaaanduiding zien en de notering “liefde / haat”. Als je inderdaad naar de betreffende pagina zou zijn gegaan, zou je hebben kunnen lezen dat Greene geschreven had “Je kunt niet iemand haten waarvan je niet eerst gehouden hebt!” Ik las dat toen ik zo ongeveer 21 was. Het werd voor mij een standaard waarmee ik bepaalde relaties mat die ik in latere jaren gehad heb. Ervoer ik beide extremen? Of ging het slechts om een verliefdheid?
Onze bezittingen kunnen werkelijke betekenis hebben, maar al te vaak is er, voor veel ervan, geen betekenis. Pas als we het verliezen kunnen we beginnen het belang vast te stellen voor onze identiteit en of er echt waarde aan het voorwerp verbonden was. Vergeet het geld. Denk filosofisch. Zelfs de witte zeilboot van Jack kan een filosofische stoornis geweest zijn in plaats van een statussymbool.
De les: ik heb ergens gelezen dat de weg naar geluk een weg van beproevingen is. Hoe waar is dit? Op dit moment weet ik het niet. Maar ik denk dat ik de betekenis van die stelling in de komende maanden, hopelijk, zal begrijpen. Er is de keerzijde van de munt: je kunt geluk niet waarderen als je geen verdriet hebt gehad; en ik voel op dit moment zowel pijn als verdriet.
Maar, zoals Scarlet O’Hara in de eindscene van “Gone With The Wind” zei — nadat Rhett Butler afscheid nam met de woorden “Eerlijk gezegd, schat, het kan me geen donder schelen!” — “Morgen hebben we weer een dag!” wacht ik op het opkomen van de zon.
Daniel R. Gould
Daniel Gould is een Amerikaanse uitgever die gekozen heeft voor Amsterdam. Hij woont er al 32 jaar. Op dit moment is hij freelance journalist op het gebied van kunst en architectuur. Meer informatie over Daniel Gould is te vinden op www.gould3dlist.blogspot.com.
vertaling: Walter van Teeffelen
www.avantiproductions.nl















Praat mee!