Gouden zondagen – over geluk deel 12
“Wat zou het leven eenvoudig zijn, als het zo eenvoudig was als we dachten.” (“Dirty Tricks”, Michael Dibdin, 1991).
Toen ik op de universiteit zat moest ik een filosofie-werkstuk maken. Het onderwerp was: wat is jouw definitie van vrijheid? Op dezelfde dag dat het werkstuk ingeleverd moest worden was er een zwaar tentamen Politieke Wetenschappen.
Alles valt samen. In de kleine ochtenduurtjes, tegen een uur of drie, klapte ik het handboek Politieke Theorie dicht. Ik was moe … ik moest naar bed. Uit gewoonte keek ik nog even mijn agenda na bij het lijstje uit te voeren zaken. Verdomme! Het werkstuk over vrijheid moest binnen vijf uur ingeleverd worden. We moesten om acht uur in de les zijn.
In zekere zin, was het het gevoel van spijt dat ik niet de “vrijheid” had om te zeggen “loop naar de pomp met je werkstuk” en naar bed te gaan, dat me inspireerde om datgene te schrijven wat ik ging schrijven. Het werkstuk van 300 woorden had ik in een halfuurtje klaar. Een vluggertje, maar ik wenste de troost der slapenden.
Een week of twee later, liep ik nog halfslapend het klaslokaal binnen van de Filosofie van de Mensheid, voor de vroege ochtendklas. Ik ging zitten en ik kreeg vel papier overhandigd met tien onderwerpen erop. Negen waren kort, ongeveer één zin. Het eerste onderwerp had de lengte van een paragraaf.
Toen ik het las, dacht ik “Dit komt me bekend voor”. Toen het college begon, legde de professor uit dat de tien onderwerpen ontleend waren aan onze werkstukken over vrijheid. We gingen ze allemaal bespreken. Toen realiseerde ik me dat het eerste onderwerp een citaat was uit mijn werkstuk. Dat beurde me erg op en ik was meteen klaarwakker.
Ik droeg gewoonlijk veel bij aann de discussie. Ik hield van het college, al was het wat aan de vroege kant. Maar juist nu, bleef ik zitten luisteren. Pas toen de professor zei dat hij niet wist of het een orginele gedachte was van de kant van de auteur, stond ik eindelijk op om deel te nemen aan de discussie. Ik lichtte de omstandigheden toe waaronder het geschreven was en hoe onvrij ik me toen had gevoeld. Mijn medestudenten begonnen te lachen. De discussie over mijn definitie duurde ongeveer 40 minuten tot de professor zei, “We hebben nog een paar onderwerpen meer af te handelen. We gaan over naar de volgende.”
Wat ik over vrijheid gezegd had, dat kennelijk zo diepzinnig was en zo’n discussie veroorzaakte, was dat er geen pure en / of totale vorm van vrijheid is in een gemeenschap of een maatschappij. Ik mag wel denken dat ik de vrijheid heb om jou te slaan, maar ik heb het recht niet. Onze vrijheden zijn beperkt. Onze wetten en regels, de Magna Charta en de Bill of Rights, geven geen vrijheid, maar beperken juist vrijheid.
Jaren later zag ik een cartoon van één tekening met een man met een koffer. Met de tekst erbij “Om helemaal vrij te zijn, moet je alleen naar een verlaten eiland gaan!”
Leven is dus niet zo eenvoudig als we denken. Er zijn wetten en regels: sommige zijn gebeiteld in steen en andere worden meer verondersteld. Het leven is het enige spelletje waarvan je de regels leert terwijl je aan het spelen bent. En elke dag zijn er dingen te leren. Je moet een licht op je fiets hebben! Verschoon mij ervan! Je kunt nergens meer een sigaret roken! Hé, waarom heeft iedereen de pee in mij? Heb ik geen rechten? Zie hoe gecompliceerd het wordt. Het recht van iemand om schone lucht die niet vervuild is met tabaksrook in te ademen gaat in tegen jouw recht er eentje op te steken. Wat te doen, nou ja, je kunt altijd nog naar dat lege eiland.
Maar je vraagt “Wat heeft dit alles te maken met geluk?”We associëren geluk vaak met vrijheid. Als ik maar vrij ben van school, leraren, huiswerk, examens etc. zal ik gelukkig zijn. In mijn middelbare schoolklas zaten 98 leerlingen. Twee leerlingen hoorden, ongeveer een maand voor het eindexamen, dat zij geen diploma zouden krijgen. Een van hen, Michael, kwam niet meer naar de les. Maar wat bleek? Hij was eindelijk vrij van de dagelijkse routine. Maar binnen tien dagen, als we om 15.00 uur het gebouw uitliepen, stond Michael buiten op ons te wachten. Zijn nieuwe vrijheid van de geestdodende routine op school maakte hem niet gelukkig.
Als ik maar niet meer bij mijn huidige partner ben, zal ik gelukkig zijn. Maar we kennen allemaal mensen – of we hebben het zelf meegemaakt – die steeds maar weer terugkeren naar dezelfde relatie. Ik ken twee dames en met ieder van hen had ik vier relaties over een periode van vele jaren. In beide gevallen, was de uiteindelijke relatie een platonische. En zelfs die relatie lukte niet. Zoek dat maar eens uit.
Het leven is eenvoudig? Je gelooft kennelijk nog in Sinterklaas.
Waarom ben ik niet vrij om te doen wat ik wil? Geef me vrijheid en ik ben gelukkig. Nou ja, het is niet zo makkelijk. Maar we vinden nog steeds dat het leven een voudig moet zijn. Het wordt erg verwarrend. Is er een weg uit dit dilemma? Zeker. De dood!. Maar, hoor ik, dat alternatief vind ik niet leuk. OK. Wat is de oplossing? Goeie vraag!
Wat is de les? Wat geluk en vrijheid nog meer gemeen hebben is dat beiden kunnen zijn wat je ervan maakt. Ik herinner me dat Thoreau zoiets gezegd heeft terwijl hij aan de oevers van het Waldenmeer zat na te denken over waar het in het leven over ging. Daar had hij de vrijheid om erover na te denken en daar was hij gelukkig dat hij de vrijheid had dat te doen. Het is toch zó eenvoudig! En hiermee begon ik dit verhaal … ga terug naar het begin.
Daniel R. Gould
vertaling: Walter van Teeffelen
www.avantiproductions.nl













Praat mee!