Duurzaamheid, de keuzes van de politieke partijen

In aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen van 9 juni 2010 neemt duurzaamnieuws.nl de programma’s van de grote partijen door op de belangrijke duurzame onderwerpen. Dit keer: duurzaamheid en de rol van de overheid.

Voordat we in deze serie specifieke onderwerpen gaan bekijken, is het van belang de algemene uitgangspunten op een rij te zetten. Wat zeggen de partijen over duurzaamheid in het algemeen? Is dat iets waar de overheid zich mee bezig moet houden, en zo ja, hoe dan? Wat moet de overheid zelf doen? Een overzicht van de uitgangspunten per partij.

CDA
“Het CDA gelooft in gespreide verantwoordelijkheid, rentmeesterschap, solidariteit en publieke gerechtigheid als ordenende principes.”

Duurzaamheid staat bij het CDA binnen het kader van rentmeesterschap. De partij streeft naar duurzame economische groei en een ecologisch verantwoorde markteconomie. De partij wil geen “onbetaalde rekeningen naar onze (klein)kinderen doorschuiven”. Burgers en overheid moeten zorgvuldig omgaan met hun omgeving.

De overheid moet volgens het CDA kiezen voor instrumenten die bijdragen aan een doeltreffend ruimtelijk en milieubeleid, instrumenten die “het sterkst appelleren aan de verantwoordelijkheid van burgers en bedrijven, zoals marktconforme instrumenten, zelfregulering en publieke kaders”.

Volgens het CDA kan de overheid “verschillende vormen van duurzaamheid bevorderen door haar inkoop- en aanbestedingsbeleid”.

PvdA
De PvdA noemt de verduurzaming van de wereldeconomie een van de “grote en unieke uitdagingen” van de komende tijd. “Hoe laten we de wereld na aan onze kinderen en kleinkinderen?” Het antwoord van de PvdA is een duurzaam perspectief, een “bewustzijn dat duurzaam handelen vanzelfsprekend moet zijn”.

De PvdA roept in het kader van duurzaamheid op tot grote aanpassingen in economie en samenleving. “Aanpassingen die bepaald niet pijnloos zullen zijn: aanpassingen in consumptiepatronen, aanpassingen in prijzen, aanpassingen in waar we ons geld mee verdienen.”

De PvdA benadrukt in haar programma de noodzaak van een duurzame energievoorziening. Om die te bereiken moet de overheid volgens de PvdA gebruik maken van subsidies, een ‘groen’ belastingstelsel, milieuwetten en grote investeringen.

SP
Kiezen voor duurzame ontwikkeling is één van de uitgangspunten van het SP-partijprogramma. Volgens de SP is daarvoor een regering nodig die het “lef heeft” de oorzaken van de crisis aan te pakken en Nederland menselijker, socialer en duurzamer te maken. Alleen dan, zo schrijft de partij, kunnen we de toekomst met vertrouwen tegemoet zien.

De SP waarschuwt dat de economische crisis niet de enige is. “Op termijn dreigt ook een klimaatcrisis.” De SP is voorstander van een stevig klimaatbeleid “met nadruk op energiebesparing en duurzame energie- en voedselproductie” en is vóór investeringen in een duurzame economie en een groen belastingstelsel.

De SP wil dat de overheid haar verantwoordelijkheid neemt met betrekking tot energie, dierenwelzijn, landschap, natuur en milieu.

De overheid moet volgens de SP zelf het goede voorbeeld geven op het gebied van energiebesparing, zuinige auto’s en het gebruik van duurzame energie en bouwmaterialen.

VVD
Duurzaamheid wordt in het partijprogramma van de VVD voornamelijk in het kader van energie- en klimaatbeleid geduid. Dat beleid moet volgens de partij ‘verantwoord’ zijn, om de Nederlandse afhankelijkheid van fossiele brandstoffen uit “onveilige gebieden als Rusland en het Midden-Oosten” te verminderen. “De VVD wil toe naar schone en hernieuwbare vormen van energie. Dit biedt kansen voor het milieu én voor onze economie.”  We moeten volgens de VVD zuinig omgaan met energie en onze CO2 uitstoot terugdringen.

De taak van de overheid op dit gebied ligt volgens de VVD bij het stimuleren van innovatie. De partij wil niet dat de overheid de markt voorschrijft hoe duurzame doelstellingen moeten worden bereikt. De partij wil daarom subsidies voor de exploitatie van specifieke technieken afschaffen, maar “eenvoudige, generieke regelingen” behouden die innovatie stimuleren.

PVV
Volgens de PVV is er volop werk aan de winkel op milieugebied. Het programma noemt als voorbeelden  plastic dat ronddrijft in de oceanen, illegale lozingen van afval en straatvuil in woonwijken.

Maar, de PVV hekelt in haar programma de “gesubsidieerde milieubeweging” die steeds nieuwe zaken moet verzinnen “om ons bang te maken om zo hun subsidiestroom in stand te houden”. Volgens de PVV is Al Gore door de mand gevallen, global warming is een “hype”.

“We moeten stoppen met paniek over de opwarming van de aarde en stoppen met het geven van geld aan een onbewezen klimaathype”, zo schrijft de partij. De PVV wil beslist geen klimaatbeleid, maar is wel voorstander van milieubeleid onder het motto: “Het milieu kun je beïnvloeden, het klimaat niet.”

GroenLinks
GroenLinks wil dat een volgende regering leiderschap toont en de crisis gebruikt als “scharnier naar een betere, duurzame toekomst”. De partij wil dat de overheid “banen met perspectief” creëert en zorgt dat we “toekomstige generaties niet langer opzadelen met onze problemen. De lange termijn moet leidend worden.”

GroenLinks noemt zich “bondgenoot van creatieve en groene ondernemers, actieve werknemers en bewuste burgers die voorop gaan in de groene revolutie”. Volgens de partij is een doorbraak naar een groene economie “onvermijdelijk”.

GroenLinks wil een effectieve klimaatpolitiek volgens het ‘de vervuiler betaalt’-principe. De overheid moet groene investeringen doen, duidelijke milieuregels opstellen, duurzaam inkopen en groen aanbesteden.

ChristenUnie
“Biddend om Gods zegen zetten we ons in voor een bloeiende samenleving, een duurzame economie en een dienstbare overheid.” Zo sluit de ChristenUnie de inleiding van haar partijprogramma af. De vraag hoe we de crisis kunnen benutten als kans op een duurzamer economie is  één van de vier kernvragen uit het programma. De partij wil “een economie waarin consumenten geen genoegen meer hoeven te nemen met oneerlijk en onduurzaam gemaakte producten”.

Volgens de ChristenUnie is er een “samenhang tussen crises op financieel vlak, op het gebied van voedsel, klimaat en natuurlijke hulpbronnen. Die samenhang is dat de Westerse wereld te kampen heeft met een fundamentele waardencrisis. In het christelijk-sociale denken staan verantwoordelijk beheer van de schepping en onderlinge solidariteit centraal. De mens leeft niet voor zichzelf. Economische groei is geen doel op zich maar een middel.”

Zoals uit deze passage blijkt hanteert de ChristenUnie een brede definitie van duurzaamheid. Onder de noemer ‘duurzame economie’ komen onderwerpen als wonen, waterbeheer en mobiliteit samen in het programma.

D66
D66 wil dat de overheid een actieve rol speelt in het verduurzamen van de economie en de energiehuishouding.

Hoewel D66 in de regel voor een “bescheiden overheid is”, zal de overheid de “regie in handen moeten nemen” om de samenleving “menselijk en duurzaam” te maken. “De ‘markt’ kan en zal deze problematiek namelijk niet alleen oplossen.”

De taak van de overheid is voor D66 scherpe eisen en strenge normen te stellen.

Naast de overheid en het bedrijfsleven hebben ook consumenten een belangrijke rol in de transitie naar een duurzame samenleving, stelt D66. Om die rol optimaal te benutten, is het belangrijk dat er “fors wordt geïnvesteerd in de verdere bewustwording van consumenten”.

D66 is voorstander van het ‘de vervuiler betaalt’-principe. Verder moet de overheid “innovatie stimuleren als afnemer van producten: als ‘launching customer’ en door innovatief inkoopbeleid”.

SGP
De hoge opdracht is om de aarde te bouwen én die te bewaren en dat te doen als rentmeesters die gevoel hebben voor hoe het was en oog hebben voor wat er komt. Dat is een heilige plicht tegenover God en tegenover onze kinderen en kleinkinderen. Verstandig beheer van de aarde mag daarom geen kwestie zijn van modieus groen of van zorg over een warmer wordende aarde, maar dient voort te vloeien uit eerbied voor Gods goede creatie.”

“De SGP staat voor een realistisch duurzaam beheer”, zo is in het partijprogramma te lezen. Volgens de partij begint “goed rentmeesterschap” bij burgers en bedrijfsleven; níet bij de overheid. “Dat betekent een terughoudende opstelling van de overheid in het wettelijk sturen van ontwikkelingen in de maatschappelijk gewenste richting. Het is de verantwoordelijkheid van de overheid om duidelijke kaders te stellen, goede initiatieven te faciliteren en uitwassen te bestrijden.”

De SGP wil investeren in innovatie, maar geeft in haar programma niet aan of de overheid zelf gericht duurzaam moet inkopen.


Partij voor de Dieren

“De Partij voor de Dieren kiest ervoor de aandacht te verleggen door niet een menscentraal programma maar een planeetbreed programma te presenteren. Een programma waarin dieren, natuur en milieu, persoonlijke vrijheid en persoonlijke verantwoordelijkheid centraal staan. Een programma met Recepten voor Mededogen en Duurzaamheid.”

De PvdD is voorstander van een “dwingend klimaat- en milieubeleid om de opwarming van de aarde te beperken en erger te voorkomen”. Hierbij is de overheid “verantwoordelijk voor de kaders waarbinnen de markt opereert , door regels te stellen en ze te handhaven”.

De partij wil in plaats van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) een ministerie voor duurzame ontwikkeling, ruimte, energie en dierenwelzijn oprichten.

Trots op Nederland
Het partijprogramma van Trots op Nederland (TON) spreekt niet in algemene bewoordingen over duurzaamheid en is op aanverwante thema’s beknopt. Ter illustratie: onder het kopje “milieu” staat één regel: “Trots op Nederland is voorstander van de bouw van een kerncentrale.”

Buiten dit soort specifieke standpunten, waarvan er later in deze serie meer de revue zullen passeren, is het dus onmogelijk hier een algemeen uitgangspunt van de partij ten opzichte van duurzaamheid te benoemen. Wel is duidelijk dat TON in algemene zin streeft naar een “bescheiden overheid”. Zo wil de partij alle aftrekposten met “marktverstorende effecten” aanpakken, waaronder de Investeringsaftrek, die volgens de partij “bepaalde soorten investeringen op het gebied van milieubehoud en energiebesparing vrijstelt van belastingheffing.”

Hoe de verschillende partijen denken over andere aspecten van de rol van van de overheid komt in volgende afleveringen van deze serie aan bod. Bij het schrijven aan dit stuk is gebruik gemaakt van de conceptprogramma’s van CDA, D66, PvdA, VVD en PvdD, omdat definitieve versies nog niet voorhanden waren. Deze serie beperkt zich tot de gevestigde politieke partijen.  (Duurzaamnieuws.nl)

  • Share/Bookmark