‘God bless the recession’

In New York is de huizencrisis niet alleen maar een tranendal. Dankzij de ‘recession specials’ is zelfs Manhattan niet langer voorbehouden aan de superrijken. ‘Man, dit is een droom die uitkomt.’

In eerste instantie dacht Toby Miller dat zijn vriendin een grap maakte, toen ze voorstelde om eens op Manhattan te gaan zoeken naar een nieuw appartementje. Ze had gehoord dat zelfs op het peperdure eiland de huizen langzaam betaalbaar werden. En een paar internetklikken verder wist Toby dat ze gelijk had: De ‘recession specials’ schreeuwden hem plotseling tegemoet vanaf die onneembare vesting Manhattan. Het ondenkbare was dan toch gebeurd: de huizencrisis had eindelijk ook New York bereikt.

Zelfs toen de hypotheekcrisis vorig jaar in al haar hevigheid losbarstte in de Verenigde Staten, kon men in de Big Apple nog even de kat uit de boom kijken. Maandenlang leek het alsof de landelijke daling van de huizenprijzen geen greep kon krijgen op de duurste stad van de VS. De perverse prijsstijgingen die de stad jarenlang in hun greep hadden gehouden, bleven maar doorgaan alsof er geen recessie bestond. New York leek immuun voor de crisis.

Maar sinds begin dit jaar houdt de crisis ook in grote delen van New York flink huis, tot groot genoegen van de jongeren aan de onderkant van de markt. Bij hun is de stemming opperbest: ‘Man, dit is een droom die uitkomt’, gniffelt Toby in zijn nieuwe appartement in de East Village, met een slaapkamer, keuken en woonkamer. ‘Een maand geleden konden we erin. We wisten niet wat we meemaakten. Lang leve de recessie, zeg ik!’ Hiervoor woonde het prille stel nog samen op twaalf vierkante meter in Brooklyn, in een studentenhuis met andere bewoners. Aan Manhattan dachten ze niet eens.

Ook de alternatieve kunstenaars in stadsdeel Brooklyn knijpen zichzelf in de arm. De recessie zien ze als een zegen voor hun hippe wijk Bushwick, een buurt op een klein metrokwartiertje van Manhattan. Het is een buurt die in de jaren ‘80 een prima set zou zijn geweest voor een gemiddelde gettofilm, maar tien jaar geleden begon ook hier de ‘gentrification’ toe te slaan: veelal blanke kunstenaars vonden hun weg naar de oude fabriekspanden en begonnen er hun ateliers. Woningen werden lukraak tussen de oude industrie gebouwd, terwijl de cementwagens en de houtzagerijen door bleven werken alsof er niets aan de hand was. Een jaar geleden leek het niet lang meer te duren voordat de eerste écht rijke yuppen op de stoep zouden staan.

De crisis heeft daar een effectief stokje voor gestoken. De steeds duurder wordende woningen zijn ook hier grotendeels over hun piek heen, en de yuppen zoeken nu wel hun heil op ‘betere’ locaties. Wie een kijkje neemt in het centrumpje van Bushwick ziet een kunstenares die slentert met haar schetsen, een student dit zit te werken op zijn MacBook, en een hippie die spontaan een rommelmarktje is begonnen op straat. En voorlopig zitten ze in Bushwick nog wel veilig. Net als de Mexicaanse arbeiders, die nog wel even kunnen blijven loeren naar de meisjes met dreadlocks, en ook de levensgrote graffiti-afbeelding van Obama hoeft nog niet voor z’n bestaan te vrezen.

Toby en zijn vriendin Martine weten nu al dat hun droomappartementje in de East Village niet voor eeuwig betaalbaar zal blijven. Ze hebben een tijdelijk contract voor de woning, niet ongewoon in de VS, en als de markt al te veel aantrekt, zou de prijs flink kunnen stijgen. ‘Ik weet niet of ik Manhattan eeuwig kan blijven betalen’, mijmert Toby. ‘We kunnen hier nu een jaar zitten, maar ooit gaan de huren weer net zo snel stijgen als eerst.’ En dan vertrekt het prille stel waarschijnlijk weer met een enkeltje terug naar Brooklyn. Maar die dag ligt hopelijk nog ver weg. ‘Ik fiets nu in tien minuutjes naar m’n werk. En dat allemaal dankzij de recessie. Wat wil ik nou nog meer?’ (De Pers)

  • Share/Bookmark